5 februari 2012

Wakker


Soms wordt ik wakker voor de deur waar ik ben opgegroeid,
dan verlang ik naar mijn kraanzinnige jeugd,
waarin hunker en verlangen nog niet waren opgebloeid,
waarin het leven kwam zoals het kwam, nog zonder deugd.

Nu weet ik beter dan voorheen,
het besef dat gisteren niet gisteren was maar vandaag.
Blijf vooruit kijken, want daar varen we dan heen,
met een rijk bezit van wetenschap, steevast beladen met één vraag :

“Is er leven na de dood ?”

We laten mist achter, een rookgordijn aan wat niet mocht
en varen voort vooruit, rechts of links, telkens een moment,
kijkend, loerend, bedachtzaam op dat wat je zocht,
nieuwe impulsen, als eerste proevend aan de smaak van meer
zoetsappig, dik, wellustig en het doet geen zeer.

“Is er leven na de dood ?”

Totdat je intens wakker schrikt en met een plotseling besef,
maar dit is niet wat ik zo graag wilde,
je huivert, deinst achterover bij het zien, de waarheid van het lef,
er is geen weg meer terug wordt er zacht gefluisterd,
teveel gezegd, teveel tekenen, teveel doordrongen  niet geluisterd.

“Is er leven na de dood ?”

Het moet wel, want waarom is er hier dan zo’n gemis
een niet te verzachte pijn, de krampen van verdriet en ach,
de leegte van je aanwezigheid, je warmte en je gulle lach,
je zal daar nu stralen in alle vroegte en het wordt nooit meer kil,
een gloed van zuiverheid en warmte, het is zoals het is,
Rust zacht, Frans, en vaar daar waar je zo graag varen wil….

Totaal aantal pageviews