19 mei 2012

De slakkengang


Ergens waar je het niet verwacht,
in droogte en kale woesternij,
zijn er zoveel slakken, nooit gedacht,
wachtend in een ellen lange rij.

Een veld wel drie hectaren groot,
van ruigt en stof en een enkel blad,
leven ze met duizenden, zo niet miljoenen, bloot,
zuigend, soppend, zwoegend in dat droge stelen bad.

Afgescheiden door een brede strook van asfalt band,
naar de paradijselijke tuinen van de buurt,
staan ze besluiteloos te slijmen voor de betonnen rand,
klimmen ze op en om, glijden af en aan, en dat duurt.

De heldhaftigen, die de rand wel halen,
voorzien van een slakkenhuis vol prefab slijm,
duizelend van de zon, zien voor zich, hun voorgangersslijkspoor dwalen,
reeds happend in de droogte van beton, er kan er maar één de eerste zijn.

Is tegel één genomen en thans nog drie te gaan,
zwoegen de moedigen zich voort, aangemoedigd door de achterban,
met huis en haard jagen ze zich dapper over hun slakkenbaan,
meewarig loerend op de toerist, die niet op zijn passen tellen kan.

De zwaarste weg moet nu nog ijlings worden genomen,
door zon verzengend hete zwarte blubber,
reeds op weg met een half vol huisje van hun dromen,
zetten de enkelen zich door met verhoogd risico, ’t grijnzend rubber.

Hij had het bewezen, zijn genen waren de sterkste van zijn soort,
in de verte had het welkomstcomité zich alvast neergezet, ik ?
hunkerend naar het verse groen en vocht ploegde hij voort,
hij was er, hij keek omhoog, “Helloo” zei de Engelsman in jacket, en pik !

Cyprus,
dus.

Totaal aantal pageviews